De weg naar

Als iemand vroeg wat ik later wilde worden was mijn standaard antwoord: “Ik wil wat met dieren doen”. Maar ja, welk klein meisje wil dat niet? Toch bleef dit verlangen naarmate ik ouder werd bestaan. Toen iemand suggereerde dat “iets met dieren” ook kon betekenen dat ik slager zou kunnen worden heeft mij dit verder aan het nadenken gezet. Wat wil ik dan met dieren doen?

Als kind had ik al een ding met weerloze wezens. Het maakte niet uit of dat nou een slak was, egels, zielige vogeltjes of de oude kat van de buren. Ik sleepte alles mee naar huis (sorry mam). Dus ik durf wel te zeggen dat het er al van kinds af aan in zat. Ook als we op visite waren bij mijn nicht, die werklijn herdershonden fokte, was ik te vinden bij de kennels. Mijn gezicht in huis laten zien was voor mij meer noodzakelijk kwaad dan dat ik het eigenlijk wilde (dank je wel Von!)

Jong geleerd is oud gedaan. Lloyd, onze eerste hond, 1988

Tijdens de stages van mijn middelbare school was mijn keus altijd “iets met dieren”. Het werd een stage bij een kinderboerderij en een dierenpension. Blijkbaar had ik er feeling voor want de stages werden altijd goed afgesloten. Ook thuis was het één grote beestenbende. Behalve vogels waren er ook de nodige knaagdieren, vissen en natuurlijk een hond. Dat onze 3e hond (Desmo, een Flatcoated retriever), zo bepalend zou zijn voor het hier en nu had ik nooit kunnen bedenken.
Onze “Des” ging naar training bij hondenschool “Aan de voet” en ik ging elke week mee. Ik vond het maar machtig interessant wat je, behalve het spektakel van werkhonden, nog meer met honden kon doen. Onze juf (Jolanda, net begonnen met lesgeven), vertelde ons elke week meer over het fenomeen ‘hond’. Ze leerde mijn ouders hoe je honden kon laten zitten, laten volgen en ook zelfs hier komen. Als 14-jarige puber was mijn interesse gewekt.

Een bijzondere ervaring

Na mijn opleiding dierverzorging heb ik een tijd vrijwilligerswerk gedaan bij een dierenasiel. Eerst op de kattenafdeling en na de verhuizing als betaalde kracht op de hondenafdeling. Al snel stond ik op de zwaarste afdeling; de quarantaine. Hier kwamen de honden die in beslag genomen waren of in bewaring gesteld werden. De honden met een rugzakje. Het was een machtig mooie tijd waarin ik wonder boven wonder, nooit gebeten ben. Toch zat mij iets dwars. Ik zag de honden, zag hoe ze zich bewogen. Ik zag hoe ze onderling soort van communiceerden maar ik kon er geen touw aan vastknopen. Ik vroeg me iedere dag af wat ze “zeiden”. Helaas kon niemand mij daar een antwoord op geven.

In het asiel waar ik werkzaam was waren ook vrijwilligers. Alsof het lot het zo had bepaald, kwam op een dag Jolanda binnen lopen. Jolanda, waar ik weken lang gebiologeerd naar had zitten luisteren. Ik heb haar de oren van haar hoofd gevraagd. Zij was degene die alle antwoorden had op mijn vragen. Op een dag, toen Jo en ik weer samen op de afdeling aan het werk waren, stelde ze voor om eens te komen kijken bij de hondenschool waar ze les gaf. En zo geschiedde het. Ik was 23 en stond met begeleiding van Jo mensen te vertellen hoe je een hond kon leren zitten, laten volgen en ook het hier komen kwam aan bod.

Ruim 10 jaar later heb ik afscheid genomen van deze hondenschool. Ik kijk dankbaar terug op 10 jaar heel veel leren, diploma’s voor het instructeursschap halen, didactisch en sociaal vaardiger worden, voor een groep durven en kunnen staan en natuurlijk heel veel over het fenomeen ‘hond’ leren. In 2017 heb ik de overstap gemaakt naar Service4Dogs